Begrippenlijst


 

Quick jump

a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m
n - o - p - q - r - s - t - u - v - w - x - y - z 

A

Achtergestelde schuld (lening)
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
 
Affinity-sector
Marktsegment op basis van merkloyaliteit (‘affinity’) in de breedste zin van het woord (inclusief liefdadigheidsinstellingen en sportteams). De merkloyaliteit wordt vervolgens gebruikt om nieuwe producten of diensten te verkopen, die dikwijls door derden worden verzorgd (bijv. verzekeringspolissen via de supermarkt).
 
Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
 
Assurfinance
Het verkopen van bankproducten via het verzekeringsintermediair.
 
Autonome groei
Groei van een onderneming op eigen kracht (exclusief groei door overnames, desinvesteringen of wisselkoersbewegingen).
 
 
Top
B
Bankverzekeren
Het verkopen van verzekeringsproducten via bankkantoren.
 
Basel II
Geactualiseerd kader van het Basel Comité voor Bankentoezicht voor de manier waarop (toezichthouders van) banken het vereiste vermogen voor kredietrisico’s berekenen. Basel II stelt verder nieuwe eisen aan operationele risico’s (fraude, IT). Basel II rust op drie pijlers: solvabiliteitseisen, het evaluatieproces door de toezichthouders en marktdiscipline.
 
Basispunt (bp)
Eén honderdste van een procent (0,01%).
 
Beheerd vermogen
Het totaal van de beleggingen (bijv. aandelen, obligaties, vastgoed) die een financiële dienstverlener of fondsbeheerder in opdracht van klanten beheert.
 
Beleggingscontract
Een levenverzekeringscontract dat het financieel risico overdraagt, maar geen significant verzekeringsrisico.
 
Besloten derivaat (in een contract)
Een component van een hybride(samengesteld) instrument dat tevens een niet-afgeleid basiscontract omvat. Het basiscontract kan een obligatie of aandeel, een lease-overeenkomst, een verzekeringscontract of een aan- of verkoopcontract.
 
Bijzondere waardevermindering
Een daling van de waarde waarbij de boekwaarde van de activa de realiseerbare waarde overtreft. De boekwaarde wordt dan via de resultatenrekening gereduceerd tot de realiseerbare waarde.
 
Borgstelling
Een verbintenis gesteld ten gunste van een tegenpartij die aan een derde de waarborg biedt dat de tegenpartij aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. Indien de tegenpartij in gebreke blijft kan de derde beroep doen op deze verbintenis om zijn verliezen te vergoeden.
 
Bruto geboekte premies
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane of aangenomen verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
 
Bruto-instroom
Totaal van de brutopremies en beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling.
 

Top
C

CAGR
Compound Annual Growth Rate. Het samengestelde jaarlijkse groeipercentage van een belegging of ander element van de ondernemingsactiviteiten over een periode van een aantal jaar. De berekeningsformule is als volgt: (actuele waarde/basiswaarde)^(1/aantal jaren)-1.
 
Cash flow hedge
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
 
CDO
Collateralised Debt Obligation. Een Amerikaanse term voor een structuur op basis van obligaties, leningen of andere vermogenswaarden. De betaling van de hoofdsom en de rente wordt gefinancierd met de kasstromen uit de onderliggende vermogenswaarden. Een CDO is een categorie asset-backed security.
 
CFD
Contract for differences. Een futurescontract waarbij de verrekeningsverschillen in contanten worden betaald in plaats van via levering van fysieke goederen of effecten.
 
Clean fair value
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de gelopen rente.
 
Clearing
Administratieve afhandeling van effecten-, future- en optietransacties door een clearinginstituut en de financiële instellingen die bij dat clearinginstituut zijn aangesloten (de ‘clearing members’).
 
Combined ratio
De verhouding tussen de geïnde premies en de totale kosten van de verzekeraar (schadelast, commissies en algemene kosten). De combined ratio geldt alleen voor Niet-levenverzekeringen.
 
Compliance
Afdeling die verantwoordelijk is voor het bewaken en beheren van de risico’s die samenhangen met de naleving van wet- en regelgeving. De Compliance Officers van Fortis adviseren daarnaast het management, de businesses en individuele
medewerkers over de (naleving van de) interne gedragscode.
 
Consumentenfinanciering
Korte of middellange kredietverlening aan particulieren voor een speciaal doel, zoals de aanschaf van duurzame consumptiegoederen. Woonfinanciering valt hier niet onder.
 
Contantewaardeberekening (Discounted cash flow method)
Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren op lagere kasstromen dan verwacht.
 
Corporate finance
Algemene term voor kapitaalmarktdiensten voor de financiering van fusies, overnames, buyouts, etc.
 
COSO ERM
Raamwerk voor Enterprise Risk Management (ERM) van de Committee of Sponsoring Organisations of the Treadway Commission (COSO) in de Verenigde Staten.
 
Credit spread
Het renteverschil tussen staatsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel ‘credits’ genoemd).
 
Cross-selling
Strategie waarbij een bestaand klantenbestand voor een bepaald product wordt gebruikt als bron van potentiële klanten voor andere producten.
 
Custody (bewaarneming)
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf, waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank.
 

Top
D

Deelneming
Een entiteit waarin Fortis invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.
 
Derivaat
Een financieel instrument (op of buiten beurs verhandeld) waarvan de koers direct afhangt (‘afgeleid is van’) de waarde van een of meer onderliggende waarden, bijvoorbeeld aandelenindexen, schuldpapier, goederenprijzen, andere afgeleide instrumenten, een andere overeengekomen prijsindex of regeling.
 
Desinvestering
Het afstoten van een activiteit of onderdeel van een onderneming.
 
Dochteronderneming
Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Fortis, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven (‘zeggenschap’).
 
DPF
Discretionary Participation Feature (discretionaire winst deling). Het recht van houders van bepaalde verzekeringscontracten en/of financiële instrumenten op een aanvullend rendement (naast een gegarandeerde uitkering). Het tijdstip en/of de hoogte hiervan is afhankelijk van de beslissing van de emittent.
 
Dubieuze lening
Een lening die onvolwaardig en/of oninbaar is.
 
Durfkapitaal
In het algemeen, de financiering van startende of kleine ondernemingen met een sterk groeipotentieel.
 

Top
E

Effectenleentransacties
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Een dergelijke lening is veelal gewaarborgd. Dit type van transacties geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om een bijkomend rendement te behalen.
 
Eigen vermogen
Het resterende deel van de activa van een entiteit na aftrek van alle passiva. Financiële instellingen zijn verplicht voldoende eigen vermogen aan te houden om aan hun verplichtingen jegens klanten te kunnen voldoen.
 
Employee benefits
Het geheel van niet verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
 

Top
F

Factoring
Een vorm van bedrijfsfinanciering waarbij een bedrijf uitstaande vorderingen tegen een vergoeding overdraagt aan een factoringmaatschappij die de debiteurenadministratie, risicodekking en financiering van vorderingen voor haar rekening neemt.
 
Financiële lease
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico’s en beloningen overdraagt. De eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
 
Fintro
Het assurfinance-netwerk van Fortis in België, waarbij alleen Fortis Bank de bankproducten en leningen levert en Fortis AG de voorkeurpartner is voor de verzekeringsproducten.
 
Future
Een financiële overeenkomst die de verkoper verplicht een effect (fysieke goederen, een financieel instrument) te kopen (of de koper om te verkopen) op een vooraf overeengekomen datum en tegen een vooraf vastgestelde prijs.
 

Top
G

Geamortiseerde kostprijs
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid.
 
Gestructureerde kredieten
Verzamelterm voor effectenstructuren die zijn ontstaan uit een herindeling van de kasstromen van financiële overeenkomsten (MBS, CMO, ABS, CDO).
 
Goodwill
Goodwill vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogensinstrumenten, en anderzijds het belang van Fortis in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
 

Top
H

Hedge accounting
Opname van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
 

Top
I

IFRS
Afkorting voor International Financial Reporting Standards (voorheen International Accounting Standards (IAS)). De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
 
Immaterieel vast actief
Een identificeerbaar, niet-monetair actief zonder fysieke vorm.
 
Intermodaal vervoer
Containertransportsector.

Top
J

Joint venture
Een strategische samenwerking tussen twee of meer partijen, die vermogen en kennis inbrengen maar anderszins onafhankelijk blijven opereren.

Top
K

Kernkapitaal
Het totale beschikbare vermogen op groepsniveau, op basis van de definitie van Tier 1-vermogen.
Kosten-batenverhouding
De verhouding tussen de operationele en algemene kosten enerzijds en de nettobaten anderzijds. Hoe lager de kostenbatenverhouding, des te efficiënter een bedrijf opereert. Ook wel ‘efficiency ratio’ genoemd.
Kredietschadeverhouding
De verhouding tussen specifieke voorzieningen en gemiddelde risicogewogen verplichtingen uit kredieten. Ook wel ‘verliezen op leningen’ genoemd.

Top
L

Leasing
Een overeenkomst waarbij een partij iets voor langere termijn huurt in ruil voor een door zakelijke zekerheid gedekte langetermijnvordering.

Top
M

Macro hedge
Een afdekking van een specifiek risico voor een portefeuille van tegoeden of activa.
 
Marktkapitalisatie
Beurswaarde. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
 
MKB/KMO
Afkorting in Nederland voor Midden- en Kleinbedrijf en in België voor Kleine en Middelgrote Ondernemingen.

Top
N

Netto investeringshedge
Een afdekking van het financieel risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
 
Notioneel bedrag
Een uitdrukking van een aantal eenheden van een valuta, een financieel instrument, een bepaald volume of gewicht dat gespecificeerd wordt in een transactie met derivaten.

Top
O

Omgekeerde repo-overeenkomst
De aankoop van effecten met de verplichting die effecten op een vastgestelde datum tegen een hogere prijs weer te verkopen.
 
Operationele lease
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
 
Overlopende acquisitie kosten
De kosten van het verwerven van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, hoofdzakelijk commissies en uitgaven met betrekking tot underwriting, tussenpersonen en de uitgifte van nieuwe polissen. Deze kosten variëren en houden hoofdzakelijk verband met het aangaan van nieuwe contracten.
 
Operating leverage
Verschil tussen de baten- en kostengroei.
 
Operationele marge
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de netto verdiende premies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
 
Optie
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).

 

Top
P

Particuliere verzekeringsproducten
Verzekeringen voor personen en gezinnen, zoals autoverzekeringen en inboedel- en opstalverzekeringen.
 
Private equity
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. De verkoop van private equity is aan strenge regels gebonden. Omdat een markt ontbreekt moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
 

Top
R

RARORAC
Afkorting van Risk Adjusted Return on Risk Adjusted Capital. RARORAC is een resultaatsmaatstaf die een consistente relatie legt tussen de risico’s en het rendement van de diverse activiteiten. RARORAC is gelijk aan het risicogewogen rendement gedeeld door het economisch kapitaal, na verwerking van diversificatievoordelen. Het risicogewogen rendement wordt bepaald op basis van het resultaat vóór belastingen en beëindigde activiteiten, waarbij de voorzieningen voor kredietrisico’s worden vervangen door verwachte verliezen (taxatie, conjunctuurneutraal).
 
Reële waarde (fair value)
Het bedrag waarvoor een actief (verplichting) kan worden verkregen (aangegaan) of verkocht (vereffend) in een marktconforme (‘at arm’s length’) transactie, tussen bewuste en bereidwillige partijen.
 
Reële waarde afdekking (Fair value hedge)
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief, een verplichting, of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbinden aan een specifiek risico en heeft een invloed op de gerapporteerde nettowinst.
 
Rendement op eigen vermogen (REV)
De verhouding, uitgedrukt in procenten, tussen de nettowinst en het gemiddelde eigen vermogen voor een boekjaar. REV fungeert als maatstaf voor het rendement dat een bedrijf realiseert op het werkzame kapitaal.
 
Risicogewogen verplichtingen
Totale verplichtingen op basis van de met de diverse balansposten samenhangende risico’s.
 

Top
S

Schuldbewijs gedekt door activa
Een obligatie of een effect dat gewaarborgd wordt door leningen of andere vorderingen.
 
Schuldbewijs gedekt door hypotheek
Een financieel instrument dat een aandeel vertegenwoordigt in een portefeuille van hypotheken. De aflossing van het kapitaal en de betaling van de interesten op de individuele hypotheken dienen om aan de investeerders in het schuldbewijs zowel interest als terugbetaling te waarborgen.
 
Shadow accounting
Onder IFRS 4 is het verzekeraars toegestaan, maar ze zijn daartoe niet verplicht, om hun grondslagen voor financiële verslaggeving zodanig te wijzigen dat de invloed van een opgenomen maar ongerealiseerde winst of ongerealiseerd verlies op deze waarderingen dezelfde is als die van een gerealiseerde winst of een gerealiseerd verlies. De hiermee verband houdende aanpassing van de verzekeringsverplichting (of geactiveerde acquisitiekosten of immateriële
activa) dient in het eigen vermogen te worden opgenomen als en alleen als de ongerealiseerde winsten of verliezen direct in het eigen vermogen worden verwerkt.
 
Solvency II
Ingrijpende en verstrekkende herziening van de huidige solvabiliteitsregels voor Europese verzekeraars in het licht van de huidige ontwikkelingen in verzekeren, risicobeheer, financieringsmethoden en financiële verslaglegging.
 
Straight-through processing
Verwerking van financiële transacties zonder manuele of visuele tussenkomst.
 
Syndicaatslening
Een proces waarbij banken delen van omvangrijke leningen aan andere banken doorverkopen.
 

Top
T

Technisch resultaat
Het resultaat dat wordt behaald met de productie van verzekeringscontracten, inclusief de met de contracten samenhangende financiële baten en vermogenswinsten. Wordt alleen gebruikt in het verzekeringsbedrijf.
 
Tier 1 ratio
Kernkapitaal van een bank uitgedrukt als percentage van het risicogewogen balanstotaal.
 
Toetsingsvermogen
De financieringsbronnen die, conform de regelgeving van de bancaire toezichthoudende overheid, in aanmerking komen voor de berekening van het Tier 1 kapitaal.
 
Totale solvabiliteitsratio
Totaal vermogen van een bank weergegeven als percentage van de totale risicogewogen verplichtingen. Voor deze ratio van de Bank voor Internationale Betalingen geldt als norm een minimum van 8%.
 
Transactiedatum
De datum waarop Fortis toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
 
Tussenpersoon
Persoon of instelling die een transactie tot stand brengt tussen een kopende en verkopende partij. In het verzekeringsbedrijf verkopen onafhankelijke tussenpersonen (‘het intermediair’) verzekeringsproducten aan klanten. In het bankbedrijf heeft Fortis Bank een tussenpersoonfunctie als effectenmakelaar.
 

Top
V

Value added by new life business
De contante waarde van de verwachte (uitkeerbare) netto kasstromen uit nieuwe productie in een bepaalde periode.
 
Value of Business acquired (VOBA)
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als ‘value of business acquired’ of ‘VOBA’) uit overgenomen verzekeringscontracten wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of brutowinst van de overgenomen polissen.
 
VaR
Afkorting van Value at Risk: een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
 
Vastgoedbelegging
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.
 
Vendor leasing
Samenwerking tussen een leasing- en een verkoopmaatschappij, waarbij eerstgenoemde leasingdiensten levert aan de klanten van de verkoopmaatschappij. Het leasingbedrijf fungeert als het ware als verlengstuk van de verkoopmaatschappij en verzorgt de krediettoetsing, facturering, documentatieverzameling en klantenservice.
 
Verzekeringscontract
Contracten die aan de ene partij (Fortis) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
 
Voorwaartse distributie-integratie
Verwerving van toegang tot en controle over een distributiekanaal, bijv. bankverzekeren.
 
Voorziening
Een verplichting van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip. Voorzieningen worden opgenomen als verplichtingen wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen vereist zal zijn om deze verplichtingen af te wikkelen en in de veronderstelling er dat een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
 

*